FILIP VERBRAKEN - MEUBELONTWERPER

DESIGNER EN ARCHITECT

Vakmanschap en afwerking

Authentiek design

Ik heb op een druilige woensdag namiddag afgesproken met  Filip Verbraken - opkomend talent binnen de designwereld.  Het weer speelt hem duidelijk geen parten, want hij staat mij al op te wachten met een brede glimlach in zijn favoriete koffiebar "Café du Sablon" op de Kleine Zavel in Brussel.


Filip Verbraken is meubelontwerper en woont in Brussel. Hij studeerde ingenieur-architectuur aan de KULeuven en vervolledigde zijn opleiding in Zwitserland. Tijdens stages en jobs in o.a. Wenen, India en New York kwam hij in contact met en leerde hij over diverse sociale en professionele culturen. Sinds augustus 2014 is hij terug actief in België, een land dat voor hem nog steeds een prachtig kruispunt is van vakmanschap en design.


Wat drijft je als ontwerper, wat is je zogenaamde ‘why’?

Zoals iedereen is het de bedoeling om mijn steentje bij te dragen in deze wereld op sociaal, ecologisch en ethisch vlak. Dat is natuurlijk op heel veel manieren mogelijk, en in een wereld waar zoveel op ons afkomt is het soms moeilijk om te zien waar en hoe we het verschil precies kunnen maken. Design heeft natuurlijk geen onmiddellijk effect zoals een dokter die geneest of een leraar die iemand iets bijleert. Design raakt mensen op een minder directe manier, maar is daarom natuurlijk niet minder waardevol. Net zoals kunst, of in het algemeen cultuur, kan design inspireren, rust brengen in onze omgeving, hetgeen op zijn beurt dan weer een invloed heeft op ons welbehagen. Het helpt ons bovendien om onze wereld gevoelsmatig en niet louter instinctief te ervaren.

Design is alom tegenwoordig. Iedereen is een designkenner. Een nieuw product krijgt ook snel het label ‘design’. Wat is design voor jou?

De basis van elk design is het oplossen van een probleem, functioneel dus. In tweede instantie komt daar een esthetisch, emotioneel aspect bij. Belangrijk daarbij is dat het evenwicht tussen die twee blijft bestaan. Vandaag de dag staan heel veel objecten uit ons dagelijks leven zodanig op punt, en komen ze voor in zoveel varianten, dat het moeilijk wordt om nog iets nieuws te doen. Anderzijds verlangt onze consumptiemaatschappij nochthans steeds nieuwe ontwerpen in sneltempo, hetgeen leidt tot meubelontwerpen die een kortstondig visueel effect nastreven, maar even snel weer vervelen. Je kan het vergelijken met een popsong, alleen is het probeem bij meubels natuurlijk dat ze bedoeld zijn om langer mee te gaan.

Toch zijn er ook voorbeelden van sterk visuele meubels die tijdloze iconen zijn geworden, zoals bijvoorbeeld de Tulip Chair van Eero Saarinen of de Phantom Chair, die al decennia geliefd zijn?

Dat klopt, en volgens mij zijn daar twee redenen voor. Enerzijds waren elk van die ontwerpen relevant voor hun tijd, ze waren een reactie op een technologische vooruitgang zoals het ‘moulding’ proces van kunststoffen of het kunnen buigen van stalen buizen. Die producten waren dus pioniers. Anderzijds zijn die stoelen het resultaat van een lang ontwerpproces waarin bepaalde regels voor tijdloos design worden gerespecteerd: uitgepuurde proporties, verfijnde details, evenwichtige materiaalkeuze. Ook het lógisch gebruik van materialen is belangrijk: de Phantom chair kon bijvoorbeeld enkel in kunstof gemaakt worden omdat dit het enigste materiaal was dat deze vloeiende vorm kon combineren met een aanvaardbaar gewicht.

Is je stoel dan geen kind van zijn tijd (de stoel is gemaakt uit hout, met traditionele technieken)?

Prototype van een stoelpoot van een nieuw ontwerp.  Hoge aandacht voor materialen en afwerking zijn essentieel voor Filip Verbraken

Ik denk dat een goed ontwerp een reactie is op de tijdsgeest van het moment. De voorbeelden hierboven zijn een reactie op een technologische vooruitgang, maar dat hoeft niet per se zo te zijn. Je kan als ontwerper bijvoorbeeld ook reageren op sociaal-economische fenomenen, zoals de enorme consumptiesnelheid en de problematiek van ‘houdbaarheid’ van producten: vandaag de dag daalt niet alleen de technische levensduur – reparatie is uit den boze – maar producten vervelen ook sneller op zintuiglijk vlak. Met mijn stoel streef ik er daarom naar een tijdloos product te creëren dat langdurig voldoening schenkt, door net de nadruk te leggen op elementaire kenmerken zoals proporties, constructiedetails, enz... Het zijn precies deze basisaspecten die vaak genegeerd worden in de afkooksels van klassiekers uit het verleden.

Wanneer is een ontwerp dan geïnspireerd en wanneer is het een afkooksel?

Moeilijke vraag. Net zoals bij bijvoorbeeld muziek is de grens tussen inspiratie en kopie soms zeer vaag. Het is duidelijk dat bepaalde designklassiekers die het goed doen vandaag, schaamteloos worden gekopieerd. Dat is onrechtvaardig aangezien er voor elk van die ontwerpen designers en producenten hun nek hebben uitgestoken om een innovatief product op de markt te brengen. Plagiaat ontzegt hen de beloning voor het risico dat zij genomen hebben. Anderzijds wordt deze situatie deels in de hand gewerkt – zonder te willen veralgemenen – doordat bepaalde klassiekers zeer duur worden verkocht omwille van hun naamsbekendheid, terwijl ze oorspronkelijk werden ontworpen met behulp van goedkope productietechnieken om het design te democratiseren. De eigenlijke productiekost ligt dus helemaal niet zo hoog. Bovendien is het ook zo dat bepaalde klassiekers na decennialange aanwezigheid in onze interieurs intellectueel gemeengoed geworden zijn. Ze hebben als het ware de overgang gemaakt van designobject naar standaardoplossing. Op zo’n moment gaat de gemeenschap dit kopiëren vanzelf minder als plagiaat zien.

In tegenstelling tot de platte kopie komt er bij een ontwerp dat zich laat inspireren altijd een creatieve fase aan te pas: de inspiratiebron wordt geanalyseerd om te kijken welke elementen er overgenomen kunnen worden, er volgt een abstractie, een interpretatie, een soort van gedaanteverwisseling.

Even terugkomen op die democratisering van het design: is dat een goede of een slechte zaak?

Een van de kenmerken van de huidige consumptiemaatschappij is dat we producten moeten bezitten om ervan te kunnen genieten, een deel van het plezier is de idee van de aankoop zelf. In dat opzicht lijkt de democratisering een goede zaak, omdat een groter deel van de bevolking toegang krijgt tot design. Alleen gaat het daarbij zoals gezegd vaak niet om echt design, eerder om imitatie, bovendien in minderwaardige uitvoering. Ik ben daarom voorstander van het principe ‘minder maar beter’, dat wil zeggen: investeren in en kiezen voor een aantal echte designstukken, die dan aangevuld worden met standaardoplossingen. Daarnaast denk ik dus ook dat het niet per sé nodig is om een object te bezitten om ervan te kunnen genieten. Neem bijvoorbeeld de kunstwereld: ik kijk liever naar het origineel van een schilderij in een museum, dan naar een poster van dat schilderij in mijn woonkamer.

Design is duur?

Vroeger zou ik zeggen ja, nu eerder nee. Design kan inderdaad overbetaald zijn, maar uit ervaring heb ik geleerd dat dit voor de grote meerderheid niet het geval is. Bij het ontwerp, de fabricatie en het vermarkten van een meubel komen heel wat aspecten kijken: prototyping, materiaalkeuze, mallen maken, tests uitvoeren, marktanalyse, etc.. en dat alles heeft simpelweg zijn prijs. Morrelen aan de uitvoering of de snelheid van productie heeft altijd zijn weerslag in het uiteindelijke resultaat. Tijdens het ontwerpen van mijn stoel was het een bewuste keuze om geen enkel compromis te sluiten betreffende materiaalkeuze, detaillering en productielocatie. Zo komen er bijvoorbeeld geen schroeven aan te pas, er wordt enkel gewerkt met pen- en gatverbindingen en lijm. De stoel wordt ook gefabriceerd in België, op die manier houden we het vakmanschap en de kennis in ons land levende.

Wat is de functie van jouw laatste ontwerp binnen een interieur?

De stoel is niet bedoeld als eyecatcher, maar is op een subtiele manier aanwezig in de ruimte. De stoel dringt zich dus niet op als designobject, maar biedt zich in de eerste plaats simpelweg aan als ‘object om op te zitten’. In tweede instantie is er dan uiteraard het esthetisch aspect voor de geïnteresseerden: de elegante lijnen, de tekening van het hout, het aangename gewicht, etc...

Wat is voor jou een thuis?

Voor mij is een thuis niet zozeer verbonden aan een fysieke plaats.  Het is eerder een zijn, een kijk naar het leven. Waar ik ook ben of wat ik ook tegenkom.

Toch vind ik het belangrijk een vaste fysieke plaats te hebben waar je iets opbouwt. Ik geloof sterk dat je fysieke omgeving zeer hard je denken en zijn beïnvloedt. Juist gebruik van ruimtes, materialen en objecten die voldoen aan je levensstijl -zowel op je werk al bij je privé- zijn daarom uitermate belangrijk.  In dat aspect zijn meubels voor mij onontbeerlijk.

Tot slot: welke ontwerpen of ontwerpers dragen je voorkeur weg?

De stoelen van Niels Otto Møller zie ik heel graag. En ook de Tulip tafel van Eero Saarinen is bijzonder uitgepuurd, daar valt simpelweg niets aan te verbeteren.